
Beeld: Canva
Opgebiecht: “Mijn kinderen doen alsof ze me niet verstaan, omdat ik niet goed Nederlands spreek”
Tien jaar woon ik hier nu. Tien jaar. Soms voelt het als gisteren dat ik alles achterliet. Mijn land, mijn familie, mijn oude leven. Ik ben gevlucht uit Syrië, met niets meer dan een koffer en hoop dat het ergens veiliger zou zijn. Dat was het ook. Ik bouwde hier een nieuw leven op, vond liefde, kreeg kinderen. Maar één ding kreeg ik nooit echt onder controle: de taal.
Mijn man is Nederlands. Hij is lief, geduldig, helpt me waar hij kan. Thuis praten we een mix van Engels, een beetje Nederlands en soms mijn moedertaal. Het werkt, soort van. Maar buiten… daar voel ik me nog steeds die vrouw die niet helemaal meekomt.
Irritatie bij de kinderen
Mijn kinderen zijn hier geboren. Voor hen is Nederlands vanzelfsprekend. Ze praten snel, vloeiend, zonder nadenken. En ik? Ik denk na over elke zin. Zoek naar woorden. Twijfel of ik het wel goed zeg.
Op het schoolplein probeer ik mee te doen. Een praatje, een grapje. Maar vaak haak ik halverwege af. Omdat ik het tempo niet bijhoud. Of omdat ik bang ben iets verkeerds te zeggen. Mijn kinderen voelen dat feilloos aan.

Mama, ik zeg het wel
“Laat maar mama, ik zeg het wel,” zegt mijn zoon dan. Of mijn dochter rolt met haar ogen als ik iets verkeerd uitspreek. Ze bedoelen het misschien niet zo hard, maar het komt wel binnen. Alsof ze zich een beetje voor mij schamen.
Alles geprobeerd en nog te weinig
Ik heb taallessen gevolgd. Apps gedownload. Nederlandse series gekeken. Echt, ik heb het geprobeerd. Maar het gaat langzaam. Langzamer dan ik had gehoopt. Soms voelt het alsof mijn hoofd gewoon blokkeert. Alsof die woorden er wel zijn, maar niet naar buiten willen.
Na tien jaar had ik gedacht dat ik verder zou zijn. Dat ik zonder nadenken gesprekken kon voeren. Dat ik mijn kinderen zonder hulp kon inschrijven voor iets, een ouderavond kon doen zonder stress. Maar nog steeds zit ik daar, knikkend en glimlachend, hopend dat ik alles goed begrijp.
En zij… zij nemen het over. Ze praten voor mij, leggen dingen uit. Ik ben trots op hoe zelfstandig ze zijn, maar ergens doet het ook pijn. Want ik wil hun moeder zijn. Niet degene die achter hen aanloopt.
Trots op thuis
Soms denk ik terug aan wie ik was voordat ik hier kwam. Zelfverzekerd. Sociaal. Iemand die wél de juiste woorden had. Die vrouw zit nog steeds ergens in mij, maar komt er hier niet altijd uit.
Ik snap dat mijn kinderen erbij willen horen. Dat ze niet anders willen zijn. Maar ik hoop zo dat ze ooit ook zien wat ik heb gedaan om hier te zijn. Dat ik alles heb achtergelaten, opnieuw ben begonnen, en elke dag weer mijn best doe in een taal die nooit helemaal van mij zal voelen.
Ik blijf praten. Blijf fouten maken. Blijf oefenen. Ook als zij zuchten of mijn zinnen afmaken.
Want ik wil niet dat ze later denken: mijn moeder kon het niet.
Ik wil dat ze denken: mijn moeder gaf niet op.
Heb jij ook iets op te biechten? Vul dan deze enquête (anoniem) in.
Deel jouw verhaal
Vertel jouw verhaal, en vind herkenning en verbinding bij andere ouders. Alles is welkom, hoe klein of groot ook. Vul de vragenlijst in en wie weet staat jouw verhaal binnenkort op Mamaplaats!
Dit krijg jij voor Moederdag volgens je sterrenbeeld
Opgebiecht: mijn jongste is stiekem mijn favoriete kind
Opgebiecht: “Ik hield mijn adem in bij de uitgang, met een gestolen trui onder mijn jas”
Reacties
Heb jij hier iets over te zeggen? Deel het hieronder.