Beeld: Persoonlijk

Tijdens haar burn-out dacht Myrna dat een tweede kindje er nooit meer zou komen

Author Picture

Myrna (32) wist na de geboorte van haar zoon niet of een tweede kindje ooit nog mogelijk zou zijn. Naast de zorg voor haar zoon kreeg ze de diagnose endometriose en adenomyose, waardoor IVF haar enige kans op een zwangerschap bleek. Door haar angst voor ziekenhuizen durfde ze dat lange tijd niet aan. Pas na een burn-out besloot ze de stap toch te zetten, mét angst.

Door trauma’s uit mijn jeugd en tijdens de zwangerschap van J. durfde ik een traject met spuiten, medicatie en ingrepen niet aan.

De kinderwens verdwijnt naar de achtergrond

Toen onze zoon J. tijdens de zwangerschap een aangeboren hersenafwijking bleek te hebben, voelde opnieuw voor een zwangerschap gaan heel spannend. We wisten niet hoe hij zich zou ontwikkelen. Daarom besloten we te wachten tot hij ongeveer anderhalf jaar oud was, zodat we beter konden inschatten hoe zijn ontwikkeling zou verlopen.

Met 18 maanden liep hij rondjes door ons nieuwe huis. Dat voelde als een onwerkelijk moment. Toen durfden we de stap naar een tweede kindje aan. Helaas liep het heel anders dan we hadden gehoopt.

Bij J. duurde het ook al lang voordat ik zwanger werd. Iedereen zei: “Bij een tweede gaat het vaak veel sneller.” Dat was helaas niet zo.

Ondertussen kreeg ik steeds meer klachten. Ik viel flauw tijdens mijn menstruaties, lag dagen op bed en moest regelmatig overgeven van de pijn. Uiteindelijk kreeg ik in het ziekenhuis de diagnoses endometriose graad 4 en adenomyose.

Daar hoorde ik ook dat onze enige realistische kans op een zwangerschap IVF was. De gynaecoloog gaf me twee keuzes: starten met een fertiliteitstraject of beginnen met de pil om mijn klachten onder controle te krijgen.

Ik ben echt geen held in het ziekenhuis. Door trauma’s uit mijn jeugd en tijdens de zwangerschap van J. durfde ik een traject met spuiten, medicatie en ingrepen niet aan. We probeerden het daarom nog een halfjaar op de natuurlijke manier. Toen dat niet lukte, begon ik met de anticonceptiepil. De tweede kinderwens ging met veel verdriet de koelkast in.

Een burn-out zorgt voor een nieuw perspectief

Toen J. bijna vier was, kreeg ik een burn-out. Ondanks dat hij zich veel beter ontwikkelde dan ooit verwacht, bleef hij een zorgintensief jongetje. Door de endometriose is mijn energiebalans beperkt, maar voor J. ging ik steeds over mijn grenzen heen.

De start van mijn burn-out was afschuwelijk. Een week lang had ik dag en nacht paniekaanvallen. Ik kon niet meer slapen en niet meer eten. Het herstel was pittig en ik wist één ding zeker: hier wil ik nooit meer terechtkomen.

Ik begon met therapie, nam mijn eigen ziekte eindelijk serieus en langzaam kwam er meer hulp voor J. Daardoor ontstond er weer rust.

Tijdens mijn burn-out dacht ik: een tweede kindje komt er nooit. De kinderwens verschoof van de koelkast naar de vriezer. Toch schreef ik in die periode een lijstje met dingen die ik ooit wilde doen als ik geen paniek meer had. Daar zette ik ook op: een IVF-traject. Toen voelde dat als een onrealistische droom.

De keuze om het mét angst te doen

Na de zomer van 2024 begon de kinderwens weer te kriebelen. Ik maakte mooie stappen in therapie en J. was goed gestart op een behandelcentrum. Er kwam weer ruimte in mijn hoofd.

In de kerstvakantie kreeg ik een belangrijke realisatie. Ik dacht: ik ga dit nooit zonder angst durven. Dus of we doen het, of we doen het niet. Maar als we gaan, dan mét angst.

We maakten een afspraak met de gynaecoloog en besloten ervoor te gaan. Ik werkte hard aan mijn angst, onder andere met wekelijkse EMDR-sessies. Kort voor de start bleek uit mijn bloed dat mijn eicelwaarde relatief hoog was. Daardoor moest het hele traject worden aangepast.

Mijn man zette uiteindelijk alle injecties. De eerste spuit vond ik verschrikkelijk, maar iedere dag werd het iets makkelijker. Na een paar dagen kreeg ik veel lichamelijke klachten. Mijn buik werd steeds boller en pijnlijker en ik was ontzettend moe. Mijn man hield thuis alles draaiende.

De spannendste dag van het hele traject

De punctie was waar ik het meest tegenop zag. Ik sliep de nacht ervoor bijna niet. Op de punctiekamer moest ik huilen. Alle spanning kwam eruit.

De verpleegkundige zei dat de medicatie me waarschijnlijk nog emotioneler zou maken. Dat klopte. Ik huilde de hele punctie door.

Na afloop kwam de labmedewerker vertellen dat er 34 eicellen waren gevonden. Niet gek dat ik zoveel buikpijn had gehad. Ik bleek overstimulatie te hebben en moest veel rust nemen om een ziekenhuisopname te voorkomen.

Gelukkig ontwikkelden zich meerdere embryo’s van goede kwaliteit. Toch volgde een zwaar jaar. Meerdere terugplaatsingen mislukten. Twee keer had ik een positieve test, maar verloor ik het vruchtje al binnen een week. Dat was mentaal ontzettend zwaar.

Na de transfer zag ik op de wc-deur van de kliniek een sticker met de tekst: “Ik hoop dat het lukt.”

Het laatste embryo brengt eindelijk goed nieuws

In april kregen we de terugplaatsing van ons laatste embryo. Dat voelde extra spannend. Als dit niet zou lukken, moest ik opnieuw een stimulatieronde en punctie ondergaan.

Na de transfer zag ik op de wc-deur van de kliniek een sticker met de tekst: “Ik hoop dat het lukt.” Die woorden zijn me altijd bijgebleven.

Ik probeerde hoopvol te blijven. Toen ik precies een jaar na de start van het IVF-traject positief testte, voelde dat vooral spannend. Zou het deze keer wel goed gaan?

Bij de eerste echo zagen we een kloppend hartje. Ik kon het bijna niet geloven. Na al die jaren was ik echt zwanger.

Ik ben enorm trots op mezelf. Tijdens mijn burn-out had ik nooit gedacht dat ik dit zou durven. Mijn man heeft me in alles gesteund. We hebben dit echt samen gedragen. Het traject heeft me geleerd hoeveel veerkracht je hebt en dat je soms dingen kunt doen, ondanks je grootste angsten.

Dit is een ingezonden verhaal van Myrna.

Reacties

Heb jij hier iets over te zeggen? Deel het hieronder.

Geef een reactie

WhatsApp
Facebook
X
LinkedIn
Email