Blog header image

Als je bevalling niet zo loopt als je had gehoopt

Natuurlijk hoopte ik net als elke aanstaande moeder op een droombevalling, maar jammer genoeg pakte de bevalling van mijn tweeling toch anders uit. En daar heb ik me nog lang schuldig over gevoeld…

Van tevoren wist ik al dat de omstandigheden voor mijn tweelingbevalling niet ideaal waren. De baby’s die ‘vooraan’ lag had een groeiachterstand en ik voelde haar al weken maar weinig bewegen. Elke dag kreeg ik daarom CTG’s en toen was ze lastminute ook nog in stuit gaan liggen. Het zou dus zo goed als zeker uitdraaien op een keizersnede, en de geplande keizersnede stond al in de agenda in week 37. Mijn gynaecoloog zei dat we alleen een natuurlijke bevalling zouden overwegen als ik met volledige ontsluiting het ziekenhuis binnen zou komen.

Ik was 36 weken en 3 dagen zwanger toen midden in de nacht mijn vliezen braken. Snel belden we een taxi en reden naar het ziekenhuis. Ik had nog geen weeën, maar toen ik eenmaal uit de taxi was gestapt, kreeg ik de ene na de andere wee. In het ziekenhuis vroeg een chagrijnige verpleegster naar mijn papieren, terwijl ik voorovergebogen tegen een muur een wee op stond te vangen, totaal niet meer voor rede vatbaar. Gelukkig kregen we snel een verloskamer toegewezen en kwam er een verloskundige langs om mijn ontsluiting te checken: al 4 centimeter, terwijl ik pas net binnen was. Zou het dan toch een natuurlijke bevalling worden? Maar nee, een paar weeën later werd ik al naar de O.K. gereden, waar een onbekende gynaecoloog ons opwachtte. Voor de zekerheid checkte ze nog mijn ontsluiting. ‘Of wil je misschien toch natuurlijk bevallen?’ vroeg ze. ‘Je hebt 10 centimeter.’

Mijn eerste gevoel was: ja! Ik had al persdrang en het voelde vreemd om nu een keizersnede te laten uitvoeren. Maar toen ik ja zei, bracht de gynacoloog daar direct allerlei bezwaren tegenin. Ik moest honderd procent zeker zijn dat ik natuurlijk wilde bevallen, want er zaten allerlei risico’s aan. Ik had eigenlijk geen 10 cm, maar 9,5, en die laatste halve centimeter kon nog heel lang duren. We moesten dan weer terug naar de verloskamer, en er was een kans dat het alsnog een keizersnede zou worden. ‘Wat is het veiligste voor de kinderen?’ vroeg ik uiteindelijk, tussen twee weeën door. ‘De keizersnede,’ zei de gynaecoloog. ‘Doe dan dat maar,’ zei ik. Vijf minuten later werd mijn eerste baby geboren, en nog eens twee minuten later de tweede.

Ik was superblij met mijn twee kleine maar gezonde baby’s, maar had wel tijd nodig om het allemaal te laten bezinken. Jammer genoeg kwam ik daar niet aan toe. Kort na de geboorte kregen mijn baby’s ongevraagd ‘cupfeeding’ terwijl ik nog suf was van de morfine en de ruggenprik, en even later tilde een van de verpleegkundigen mijn kleinste baby paars aangelopen uit haar bedje. ‘Wat doe jij nou?’ riep ze tegen mijn baby. Ik schrok me dood. Mijn baby was waarschijnlijk misselijk geworden van de kunstmelk en vervolgens gestopt met ademen. Ze werd direct afgevoerd naar de intensive care afdeling, terwijl mijn man en ik achterbleven met onze andere baby. Wat voelde ik me verscheurd! En ook schuldig omdat ik zelf niet had gezien dat mijn baby onwel was geworden. Door de medicatie zakte ik steeds weg en ging alles voor mijn gevoel langs me heen.

Het was geen fijne start van het moederschap, ook al krabbelde mijn kleinste baby weer op en mochten we vier dagen later naar huis. Mijn baby’s waren onrustig en huilden veel en regelmatig vroeg ik me af of dat door de pijlsnelle bevalling en plotselinge keizersnede kwam. Toen ging ook nog het litteken van mijn keizersnede ontsteken. Tijd om alles alsnog een plek te geven was er niet, want we waren 24/7 bezig met borstvoeding, bijvoeding, luiers, darmkrampjes, reflux en mijn lichamelijke herstel. Pas toen de baby’s een jaar werden, merkte ik dat ik niet alle gebeurtenissen rondom mijn bevalling had verwerkt. Er kwamen zoveel herinneringen terug! Eigenlijk vond ik dat ik niets te klagen had omdat mijn keizersnede best voorspoedig was verlopen. Maar toch bleef ik er met gemengde gevoelens op terugkijken. Waarom was mij niet vóór ik naar de OK werd gereden gevraagd of ik eventueel natuurlijk wilde bevallen zodat ik iets meer tijd had gehad om hierover na te denken? Waarom hadden mijn baby’s eigenlijk cupfeeding gekregen terwijl ik borstvoeding wilde geven? En waarom had niemand in het ziekenhuis me serieus genomen toen ik zei dat mijn litteken niet goed genas? Pas drie maanden later kon ik opnieuw onder het mes, waarna ik eindelijk aan mijn herstel kon beginnen.

Inmiddels was ik een van de vaste bloggers van Me-to-We en dat heeft me gered. Door steeds over mijn ervaringen te blijven schrijven, kon ik ze alsnog verwerken. Vervolgens schreef ik ook nog mijn boek ‘O jee, het zijn er twee’. Ik vond het fijn andere moeders te kunnen helpen met mijn ervaringen en de reacties waren zó positief. Inmiddels weet ik dat ik niet de enige ben die met gemengde gevoelens terugkijkt op haar bevalling. Een kwart van de vrouwen die voor het eerst bevalt, kijkt negatief terug op haar bevalling. Onder tweelingmoeders liggen die cijfers nog hoger: bijna driekwart van hen bevalt niet helemaal (26%) of helemaal niet (42%) zoals gehoopt, blijkt uit een poll die ik zelf hield onder ruim 800 tweelingmoeders.

Het is dus helemaal niet gek als je niet alleen maar positief terugkijkt op je bevalling. Sterker nog, het is heel normaal. Jammer is het wel. Want ik vind dat elke moeder het verdient om positief te kunnen terugkijken op deze belangrijke ervaring. Omdat ik naast blogger ook al ruim tien jaar schrijfcoach ben, besloot ik de cursus Schrijf je bevallingsverhaal te maken. Een laagdrempelige cursus waarin je zelf aan de hand van schrijf- en andere oefeningen aan de slag gaat met je bevallingsverhaal en de gebeurtenissen daarna. Hierdoor kun je je verhaal écht een plek geven, waardoor je de moeder kunt worden die je graag wilt zijn. Net zoals ik dat inmiddels ben, want sinds ik mijn bevalling heb verwerkt, kan ik veel meer van het moederschap genieten en ben ik een leukere moeder én partner. 

Je vindt de cursus via deze link