Blog header image

Contact isolatie

Ronald McDonald huis en ruzie op de NICU

Deel 4

Adem in…. Adem uit…. Frisse lucht. Heerlijk. Ik voelde me direct geen patiënt meer. Met de rolstoel bepakt vol met tassen en koffers verlieten wij het ziekenhuis. Op weg naar ons volgende verblijfplaats: het Ronald McDonald huis.

Ik had er nog nooit van gehoord, de eerste keer dat het benoemd werd was direct na de bevalling. Omdat Josefine natuurlijk langer dan 8 dagen in het ziekenhuis zou verblijven en ik maar 8 dagen in het ziekenhuis opgenomen mocht zijn. Het was eerst nog even heel spannend of er überhaupt wel plek was voor ons omdat er geen plekken worden gereserveerd. Het is dus puur mazzel of puur pech. Even beeld ik me in hoe het had geweest als er geen plek voor ons was… Dan hadden we terug naar huis gemoeten en konden we Josefine maar een paar uur per week (in het weekend) zien.

Gelukkig was er plek!En wat een verademing vergeleken met mijn kraam kamertje in het ziekenhuis waar we halverwege de nacht  stiekem samen in mijn ziekenhuisbedje tegen elkaar aan kropen omdat het in ons kamertje zo erg afkoelde.Een soort van hotelkamer met een tweepersoons(!) bed met lakens in oogverblindend wit. Twee menthol doosjes in de vorm van een rood hartje, met het Ronald McDonald logo op de voorkant, lagen op onze kussens. De kamer was ruim en zag er gezellig uit. Op elke verdieping een luxe koffie automaat. Beneden kwam iedereen gezellig samen koken en eten. Dat voelde eigenlijk best wel fijn, al was het eerst een beetje gek om daar te staan koken tussen onbekende mensen. Al snel raak je met elkaar in gesprek, uit nieuwsgierigheid: hoe het dan zit tussen ons.

TODO: Add alt to media

Ik sta er zelf eigenlijk nooit zo bij stil dat wij een lesbisch stel zijn. Het voelt voor ons zo gewoon. Ik ben dus ook meestal niet bang voor vooroordelen of dergelijke. Gelukkig krijgen wij ook altijd wel positieve reacties op onze liefde voor elkaar.

Waarom we daar zijn… Ons meisje was te vroeg geboren, dat konden ze daar wel raden. Ik zat tenslotte voor de grote stukjes nog in de rolstoel en de gezamenlijke vriezer stond vol met mijn afgekolfde melk. Trots liet ik foto’s van Josefine zien. Hoeveel kindjes we dan verder nog hebben, hoe onze exen er allemaal mee om gaan en ga zo maar door... Natuurlijk komt dan bij ons ook de nieuwsgierigheid! Er zat een gezin al ruim 5 maanden! Alsof het hun thuis was geworden, met inmiddels veel irritaties tot gevolg en leven in onzekerheid om hun kind die in het ziekenhuis lag. Een ander gezin hun kind moest een levensbepalende operatie ondergaan, een hele buitenlandse familie en natuurlijk ook mensen die liever een beetje op hun zelf waren. Ook dát werd gewoon gerespecteerd. We leefden allemaal met elkaar mee en je zit daar tenslotte allemaal in hetzelfde schuitje. Ik vond het eigenlijk wel fijn om tussen de mensen te zijn die precies weten wat je aan het doormaken bent op dat moment. Ze begrepen het als je een "down" dagje had en geen zin had om te kletsen, dan lieten ze je gewoon lekker je eigen ding doen.

Ineens zag ik twee bekende gezichten. De ouders van het kindje naast Josefine hadden ook een plekje in het Ronald McDonald huis gekregen! Ik was blij voor ze maar durfde niet met ze te communiceren dus het bleef bij kleine seintjes en voorzichtig medeleven. Dit kwam doordat er op de NICU streng toezicht gehouden werd door verpleegkundigen op ouders die met elkaar wilden praten. Iedereen mocht zich alleen bemoeien met hun eigen kindje. Achteraf heb ik daar best spijt van en vind ik het jammer dat een NICU hier geen begrip voor heeft. Als ouders van een kindje die ligt te vechten voor zijn/haar leventje zoek je juist contact met "lotgenoten" en kan dat juist heel fijn zijn!

Op naar het ziekenhuis.

“Contact Isolatie” in grote letters op Josefine haar couveuse. Ik schrok me kapot. Wat houd dát nou weer in? Vanaf dat moment begon het. Een verpleegkundige kwam naar ons toe en overhandigde ons een A4'tje waarop de regels van de “contact isolatie” stonden opgesomd:

"We mogen voortaan niet meer rondlopen op de afdeling, we mogen Josefine haar speentje niet meer uitkoken op de gang, we mogen niet meer wisselen met bezoekers (max. Is 3 inclusief moeders) we mogen niets meer aanraken, we moeten nòg strengere handhygiëne toepassen..." Las ik voor aan Odette met een verbaast hoofd.

Ik ging uiteraard direct verhaal halen bij de verpleegkundige, bleek dat Josefine eindelijk weer een klein beetje gepoept had en dit gelijk getest is op bacteriën. Josefine had een ziekenhuisbacterie in haar poep. Ik werd van binnen heel boos op dat moment. Hoe kon dat nou gebeuren?!

“Ze kan er heel ziek van worden maar we verwachten geen reactie, het is even afwachten.” Aldus de verpleegkundige.Afwachten? Afwachten of ze naast haar bloedvergiftiging en alle gevolgen van de vroeggeboorte, nu ook nog even ziek wordt van een poepbacterie?? Hoe heeft ze dat kunnen oplopen? De verpleegkundige probeerde het in onze schoenen te schuiven. De rest van de week werden wij naar aangekeken en extra in de gaten gehouden. Ik durfde vanaf dien mijn kind niet eens meer aan te raken. Want stel dat… En het leek ook alsof we dat niet meer mochten. Ik eiste dat de webcam bovenop haar couveuse aan ging. Ik wilde kunnen zien wat er met mijn kind gebeurde als ik er niet was. Zo ontdekten we dat ze Josefine soms wel langer dan 6 uur in dezelfde luier lieten liggen. Dat verklaarde haar nat bedje. Ook daarvan probeerde ze mij de schuld te geven. Ik zou haar luiertje niet goed gedaan hebben... De webcam: de ene keer stond hij aan, de andere keer deden ze hem expres uit en als ik dan belde naar de afdeling kreeg ik als antwoord “oh hij doet het niet”, “oh vergeten aan te zetten” of “oh ik kijk er straks even naar”. Eigenlijk heb ik maar een paar keer mogen “genieten” van mijn kind op een beeldscherm.

In het Ronald McDonald vertelde andere moeders ons dat de afdeling bekend stond met poepbacteries. Ik had het zo gehad met de afdeling. Ik was helemaal op. Het was tijd om naar huis te gaan. Naar Sneek. Weg uit deze stad met onbekende mensen, onbekende winkels, onbekende straten en weggetjes. Het leek wel of het ons thuis aan het worden was en dat wilde ik absoluut voorkomen. Ik wilde weg, ik miste Benjamin enorm. Ik was nog nooit zo lang zonder Benjamin geweest!

Ondertussen was Josefine haar buikje niet meer zo grauw en leek ze wel wat op te knappen. Ze zat inmiddels al 5 dagen zonder voeding. De spanning was om te snijden op de afdeling. Ik voelde mij niet serieus genomen en besloot mijn gevoelens te uiten als een leeuw die voor haar kind op komt: “ik wil NU dat de voeding weer gestart wordt. Mijn kind zit nu al 5 dagen zonder melk. Het is klaar nu!” Zei ik op een ietwat agressieve toon. De verpleegkundige vertelden mij dat ze wél voedingsstoffen binnen krijgt via haar infuus maar dat ze niet zomaar haar voeding weer mocht starten zonder overleg met de kinderarts. Ik was er onderhand echt wel een beetje klaar mee. Ik voelde me wanhopig, machteloos. Het gaat zo tegen je (moeder)gevoel in om je kind te zien vechten voor haar leventje in een couveuse en ermee akkoord te gaan dat ze geen eten krijgt... Ik ben toch haar moeder? Heb ik niets in te brengen? Het leek wel of mijn mening er niet toe deed, alsof het het kindje van het ziekenhuis was in plaats van de mijne.

We keerden maar weer terug naar het Ronald McDonald huis. Even tot rust komen. Over een paar uur waren we er toch alweer… Elke avond gingen we buidelen, de buidel stoel mochten wij zelf niet meer pakken. Ik had met Odette afgesproken dat zij mocht buidelen zodat ik kon gaan kolven en even mijn hart kon luchten in Josefine haar couveuse-dagboekje. Ondertussen genieten van het beeld dat ik zie: mijn vriendin in de buidel stoel samen met mijn kind, ons kind.

TODO: Add alt to media

Zo gezegd, zo gedaan. Ik was klaar met kolven. Mijn melk werd minder met de dag... Door alle stress op de NICU voelde ik mij niet meer op mijn gemak en liep de melk helaas terug. Maar ik had nog steeds ruim genoeg want Josefine kreeg het immers toch allemaal niet.

Ik mocht niet meer naar de gang om mijn borstkolf af te spoelen dus ik maakte daarvoor gebruik van het wasbakje op de zaal zelf. Ik ging het voor de verandering eerst netjes vragen, het mocht van de verpleegkundige. Na het afspoelen wilde ik weer gaan zitten achter ons scherm, verder genieten van Odette met Josefine. “Jij mag dat wasbakje niet gebruiken!” hoorde ik een verpleegkundige zeggen terwijl ze op mij af stormde.

Dit was voor mij écht de druppel. “En nu ben ik er echt klaar mee! Van haar mag ik niet op de gang, van die moet ik hier afspoelen, van jou mag ik dát ook weer niet… Wát willen jullie van mij?” Riep ik hard en boos. Het liefst wilde ik wegrennen, mijn kindje meenemen en wegrennen. Weg uit Groningen. Weg uit dat rot ziekenhuis. -Natuurlijk was het heus geen rot ziekenhuis maar het wederzijdse vertrouwen was echt even verdwenen. Al die kleine irritaties stapelde zich op en dat ene zinnetje deed bij mij echt de bom barsten. Het voelde niet meer goed om mijn kind in hun handen achter te laten en dat liet ik merken ook. De verpleegkundige schrok van mij, die tegenspraak had zij niet verwacht. Ik liet merken dat wij de moeders zijn en wij wel degelijk wat te zeggen hebben over ons kind. Gelukkig kwam er een andere verpleegkundige tussen en vertelde zij mij dat ik gelijk had en verontschuldigde zij zich voor haar collega’s. Ik vertelde haar daarna rustig dat we inmiddels zo veel irritaties op de NICU hebben, ze besloot een gesprek voor ons te regelen met de directie.

De volgende dag kregen we het goede nieuws dat de voeding weer gestart was! 12x 2cc melk. Weinig, maar het was een begin! Dat voelde zoveel beter! Josefine ging ook direct de goede kant weer op. Ze kon de voeding goed verdragen en de melk werd met de dag opgehoogd. Eindelijk werd er naar mij geluisterd. Eindelijk deed mijn moedergevoel ertoe.

TODO: Add alt to media

Wordt vervolgd...

Lees ook:

Deel 3 - En toen kwam het besef en was daar opeens: mijn moedergevoel