
Beeld: Persoonlijk
Melanie had een prenatale depressie: “Niemand wist dat ik op de keukenvloer lag te hyperventileren”
Deel 1
Melanie was zwanger, jong en dacht dat het er nu eenmaal bijhoorde. Dat dit gewoon was hoe een zwangerschap voelde. Terwijl Melanie steeds verder wegzakte, bleef ze zichzelf vertellen dat het wel normaal zou zijn. Dat zeiden anderen immers ook. Over haar slapeloze nachten zei ze niets, en over paniekaanvallen al helemaal niet. In dit eerste deel vertelt Melanie hoe ze haar prenatale depressie lange tijd niet herkende en waarom niemand haar alarmsignalen zag.
“Dit hoort er gewoon bij”
Melanie was 23 toen ze voor het eerst zwanger raakte. Al vroeg voelde ze zich somber en leeg, maar ze wist niet beter dan dat dit blijkbaar normaal was. Veel mensen zeiden: dat hoort erbij. “En dat geloofde ik ook. Ik was jong, ik wist gewoon niet wat normaal was.” Ze had paniekaanvallen, maar durfde die niet te benoemen. “Ik durfde niet te zeggen dat ik angststoornissen had. Dat ik soms op de keukenvloer lag te hyperventileren. Ik schaamde me. Ik dacht: dit zal wel aan mij liggen.”
Tweede zwangerschap
Na die eerste bevalling voelde Melanie zich ruim een jaar slecht. Toch bleef ze denken aan haar wens voor een groot gezin. “Ik heb altijd gedroomd van meerdere kinderen. Ik dacht echt: als ik weer zwanger word, dan word ik vast weer blij.” Maar toen ze opnieuw zwanger raakte, gebeurde het tegenovergestelde. “Ik werd niet blij. Helemaal niet.” De prenatale depressie sloeg hard toe. “Ik was ongelooflijk moe. Ik zag het niet meer zitten. ‘Moet ik dit wel doorzetten?’, ging er door mijn hoofd. ‘Waar doe ik dit eigenlijk voor?’”
Alles wat met de zwangerschap te maken had, voelde als te veel. “Een kinderwagen kon ik niet verdragen, die heb ik afgewezen. Kraamcadeaus gaf ik weer mee terug. Ik wilde niets weten van die zwangerschap.” Nu, terugkijkend, kan ze zichzelf nauwelijks herkennen. “Als ik daaraan denk, denk ik echt: wie was dit? Ik herken mezelf niet. Ik was echt een ander mens.”

“Ik voelde me zo slecht, maar ik kon niet zeggen wat ik nodig had. Dus zei ik uiteindelijk maar niks”
Melanie
Pas als het je zelf overkomt
Dat contrast voelt extra groot omdat ze voor die tijd heel anders dacht. “Ik heb in het onderwijs gewerkt. Daar waren moeders met een prenatale of postnatale depressie en ik dacht toen echt: je hebt een kind, wees blij. Ik kon me niet voorstellen dat iemand ongelukkig kon zijn tijdens een zwangerschap of na een bevalling.” Tot het haar zelf overkwam. “Toen snapte ik het ineens. Dit is waar ze het over hadden. En je kunt er niks aan doen. Het overvalt je volledig.”
In stilte worstelen
In haar omgeving wist bijna niemand hoe slecht het ging. “De GGZ wist inmiddels van mijn situatie, maar daar konden ze mij niet helpen.” ’s Nachts sliep ze niet en dwaalde ze door de straten. “Dan begon ik te piekeren en voor ik het wist liep ik buiten. Ik maakte mijn man niet wakker, ik wilde hem niet belasten. Het was coronatijd, hij had het zwaar met zijn werk.” Wat ze voelde, kon ze nauwelijks verwoorden. “Ik voelde me zo slecht, maar ik kon niet zeggen wat ik nodig had. Dus zei ik uiteindelijk maar niks.”

“Ik kon me niet voorstellen dat iemand ongelukkig kon zijn tijdens een zwangerschap of na een bevalling”
Melanie
Eindelijk gehoord
Eindelijk kreeg Melanie de juiste hulp aangeboden bij het Erasmus UMC. Rond week 32 kwam ze daar binnen en vanaf week 33 volgde ze wekelijks een dagbehandeling. “Je zit in een groep met andere zwangere vrouwen, wij waren met z’n zessen. We deden ademhalingsoefeningen, speltherapie en gesprekken over de bevalling en alles wat je tegen kunt komen.” Het grootste verschil, was dat er eindelijk naar haar werd geluisterd. “Toen werd ik eindelijk gehoord. Dat maakte het verschil.” De laatste weken van haar zwangerschap voelde ze zich daardoor rustiger. “Ik kon toen redelijk genieten van het feit dat ik zwanger was.” De bevalling was heftig, maar mooi. “Ik had een weeënstorm, maar het was een hele mooie bevalling.” Ook de kraamweek daarna voelde goed. “Ik zat echt op een roze wolk.”
Tot het huilen begon. Kort na de kraamweek veranderde alles. De baby huilde twaalf uur per dag en Melanie ging er volledig aan onderdoor. “Als ik dat heldere moment niet had gehad,” zegt ze, “dan had ik mijn baby uit het raam laten vallen.”
Wordt vervolgd.
Herken jij jezelf in dit verhaal of merk je dat het lezen ervan iets bij je losmaakt? Praat erover met iemand die je vertrouwt of neem contact op met je huisarts of verloskundige. Je hoeft hier niet alleen doorheen.
Wil je meer van Melanie lezen? Volg haar verhaal:
PRAAT MEE MET ANDERE Mama’s in de community
Kom in contact met (aanstaande) ouders, word lid van een geboorteclub en blijf op de hoogte van de ontwikkeling van je kind.
Schokkend: dit is het oordeel over de Stint-producenten na het drama in Oss
Moeder van een peuter én olympisch kampioen: het verhaal van Francesca Lollobrigida raakt moeders over de hele wereld
Asbest gevonden in dít populaire speelgoed: wat betekent dit voor jouw kind?
