
Beeld: Canva
Overdag zindelijk, maar ’s nachts nog een nat bed? Je bent echt niet de enige
Nachtzindelijkheid roept bij veel ouders vragen op:
“Hoe weet ik of mijn kind er klaar voor is?”
“Moet ik er actief iets mee doen?”
“En wat als we het proberen en het lukt niet?”
Het belangrijkste om te weten: dagzindelijkheid en nachtzindelijkheid zijn twee verschillende processen. Overdag zindelijk betekent dus niet automatisch dat een kind ’s nachts ook al “moet kunnen”. Nachtzindelijkheid is vaak vooral een kwestie van rijping, groei en controle en dat kun je niet forceren, wel liefdevol begeleiden.
Wat is het verschil tussen dag- en nachtzindelijkheid?
Dagzindelijkheid = bewust leren
Bij dagzindelijkheid leert je kind:
- signalen van plas/stoelgang voelen,
- die signalen herkennen,
- en bewust kiezen om naar potje of toilet te gaan.
Je kind kan oefenen, herinnerd worden, succes ervaren en stap voor stap vaardiger worden.
Nachtzindelijkheid = grotendeels onbewust
Nachtzindelijkheid draait niet om “je best doen”, maar om wat er in het lichaam en brein gebeurt tijdens slaap. Om ’s nachts droog te blijven, zijn er meestal drie dingen nodig:
- Minder urineproductie ’s nachts: Het lichaam moet ’s nachts (meer) antidiuretisch hormoon (ADH) aanmaken, zodat er minder urine wordt geproduceerd.
- Voldoende blaascapaciteit: De blaas moet groot genoeg zijn om de nacht door te komen.
- Wakker worden van een volle blaas: Het signaal “ik moet plassen” moet je kind (half) wakker maken, zodat het uit bed kan en naar de wc gaat.
Als één van deze schakels nog niet “rijp” is, kan bedplassen gebeuren.
Wanneer is je kind klaar voor nachtzindelijkheid?
Elk kind ontwikkelt zich in een eigen tempo en dat is helemaal oké. Toch zijn er signalen die kunnen aangeven dat je kind er langzaam naartoe groeit:
- De luier is regelmatig droog bij het opstaan.
- Je merkt dat je kind vlak na het wakker worden plast (de luier voelt bij afdoen nog warm aan).
- Je kind wordt soms wakker om te plassen, of geeft het ’s ochtends aan.
- Je kind zegt zelf: “Ik wil geen luier meer aan.”
Herken je meerdere signalen? Dan kun je zonder druk eens kijken of de overstap past. Geen signalen? Dan is dat ook info: dan is wachten vaak de meest ontspannen keuze.
Vaarwel nachtluier: zo begeleid je de overstap liefdevol
Een rustige, voorspelbare aanpak helpt je kind zich veilig te voelen. En veiligheid is echt de basis bij alles wat met ontwikkeling te maken heeft.
1) Maak het bespreekbaar (en laat je kind meebeslissen)
Zeg bijvoorbeeld:
- “Zou je het fijn vinden om binnenkort eens zonder luier te slapen?”
- “We kunnen het proberen, en als het nog niet lukt, is dat ook oké.”
Door je kind te betrekken, voelt het meer controle en minder spanning.
2) Maak het concreet en leuk (maar houd het luchtig)
Sommige kinderen vinden het fijn als je het “zichtbaar” maakt, bijvoorbeeld met:
- samen een leuke pyjama of onderbroek uitkiezen,
- een simpel aftel-idee (“zaterdag proberen we het eens”).
Let op: wordt je kind juist gespannen van aftellen? Dan laat je dit gewoon weg.
3) Twee plas-momenten voor bed (werkt vaak verrassend goed)
Veel kinderen hebben baat bij:
- 1e keer plassen aan het begin van het avondritueel
- 2e keer plassen vlak voor het licht uitgaat
Het is geen must, maar kan net dat verschil maken.
4) Is de wc ’s nachts spannend? Verlaag de drempel
Voor sommige kinderen is ’s nachts naar de badkamer eng: donker, koude gang, wakker worden, alleen…
Praktische oplossingen:
- Zet een potje op de kamer (of net buiten de kamer),
- Gebruik een rood nachtlampje
- Zorg voor een “makkelijke route” zonder obstakels.
Wat kun je doen als er toch een nat bed is?
Een nat bed hoort er vaak bij in het begin. Hier maak je het verschil met je reactie.
Reageer neutraal en verbindend.
Probeer iets als:
- “Niet erg. Jij kunt hier niks aan doen.”
- “Je lichaam is nog aan het oefenen.”
- “We ruimen het samen op.”
Boos worden, straffen of schaamte (“je bent al groot!”) zorgt meestal voor meer stress en stress helpt het proces niet.
De gouden tip voor minder gedoe tijdens het oefenen:
- matrasbeschermer
- hoeslaken
- nog
een matrasbeschermer - nog
een hoeslaken
Dan haal je bij een ongelukje alleen de bovenste laag eraf. Sneller, minder licht aan, minder frustratie.
Wat met drinken in de avond?
Er gaat een hardnekkige fabel rond dat kinderen “na 16:00 niks meer mogen drinken”. Dat is meestal niet helpend en kan zelfs averechts werken.
Wat wel werkt:
- Overdag voldoende drinken (dit ondersteunt gezonde blaasgewoonten)
- Let op “inhaal-drinken” na school/opvang: als kinderen overdag weinig drinken,
drinken ze ’s avonds extra veel → volle blaas rond bedtijd. - Beperk eventueel alleen het laatste uur voor bed de hoeveelheid (zonder het heel
streng te maken).
Slaapstappen die ik spannend vond als moeder voor ik slaapcoach was (en die goed uitpakte!)
De slaapregressie rond 18 maanden: wat is er aan de hand?
Wanneer wel even extra checken bij de huisarts?
Meestal is (nog) niet nachtzindelijk zijn onderdeel van normale ontwikkeling. Maar het is verstandig om even te overleggen bij:
- pijn/branderig gevoel bij plassen
- ineens weer bedplassen na een lange droge periode
- ook overdag weer ongelukjes (terwijl dat eerder goed ging)
- opvallend veel dorst, veel drinken en/of afvallen
- ernstige obstipatie (darmverstopping kan de blaas beïnvloeden)
Ook goed om te weten: pas vanaf ongeveer 6 jaar wordt bedplassen vaker gezien als iets waarbij extra onderzoek zinvol kan zijn. Daarvóór is het meestal gewoon ontwikkeling.
Wil je even sparren of je verhaal kwijt? Ik sta voor je klaar.
Je bent altijd welkom bij Hazenslaap . Waar niet altijd oplossingen, maar wel mogelijkheden zijn zachtheid, en compassie voor waar jij doorheen gaat!
Liefs,
Rianne | Hazenslaap Pedagogiek & Slaapcoaching
Volg @hazenslaap op Instagram voor jouw dagelijkse portie slaapinspiratie.
PRAAT MEE MET ANDERE Mama’s in de community
Kom in contact met (aanstaande) ouders, word lid van een geboorteclub en blijf op de hoogte van de ontwikkeling van je kind.