Snap
  • Mama
  • ziekenhuis
  • amerika
  • Adoptie
  • grootgezin
  • babyluik

Puzzelstukjes van haar adoptieverhaal.

Haar biologische moeder wou haar in het babyluik leggen maar beviel toch in het ziekenhuis.

Vorige keer vertelde ik dat we naar het ziekenhuis gingen, puur op de gok, in de hoop daar meer informatie te kunnen verzamelen. ( In de vorige blogs lees je het begin van het adoptieverhaal van River)

We hadden het enorme geluk om daar de verpleegkundige te treffen die bij de geboorte was geweest en ook nog eens de biologische moeder van River zeer te goed bleek te kennen.

Ze gaf aan de biologische moeder al ruim zes jaar te kennen door de eerdere zwangerschappen. “Dit keer leek alles anders te gaan” begint ze te vertellen. De beginperiode van de zwangerschap was een periode waarin de biologische moeder op afspraken kwam en haar drugsgebruik leek een stuk verminderd. Ze zag er goed uit en was vrolijk. Ze wist dat ze dit kindje ook niet bij zich zou kunnen houden maar ze leek vastbesloten om het een zo’n goed mogelijke start als zij kon bieden, mee te geven.

Op dat moment was de biologische moeder nog in de overtuiging dat ook dit kindje zou opgroeien bij familie. Al vier keer eerder was ze zwanger geweest en had ze een kindje op de wereld gezet waar ze niet voor kon zorgen. Al die kindjes waren door diverse familieleden geadopteerd. Ze ging er vanuit dat dit nu ook weer zou gebeuren.

Maar dan gebeurt er iets waardoor ze compleet van de radar verdwijnt. Het is de spreekwoordelijke druppel die de familie doet besluiten dat het klaar moet zijn, ze weten niet hoe slecht dit kindje er aan toe zal zijn en hun draagkracht is uitgeput. Ze geven dan al aan bij het ziekenhuis dat ze mocht de biologische moeder daar terug komen om te bevallen ze heel graag op de hoogte gesteld willen worden maar dat zij niet in staat zijn ook dit kindje op te voeden. Huilend verlieten ze het ziekenhuis, vertelde de verpleegkundige met tranen in haar ogen.

Ze kent de familie ook goed en weet dat dit een weloverwogen besluit is geweest. Niet een besluit uit egoïsme maar een besluit met het belang van het kindje voorop.

Vlak voor de bevalling duikt de biologische moeder weer op in het ziekenhuis. Dat is als ze wordt vastgelegd op camerabeelden als ze het babyluik ‘s nachts komt bekijken. Later zou ze verklaren aan de maatschappelijk werkster dat het haar plan was om in haar eentje te bevallen en de baby in het luik achter te laten.

Ze weten haar naar binnen te praten en even later bevalt ze van een meisje, River-Jazzy.

Dan vertelt de verpleegkundige een verhaal dat je je niet voor kunt stellen in je engste dromen, een verhaal dat ik zal bewaren voor River. Het is een verhaal dat niemand ooit in het ziekenhuis zal vergeten, hoe graag sommige dit ook zouden willen.

De verpleegkundige zei “Zaterdagochtend scheen de zon en leek alles mooi, daarna werd het zwart en wij konden allemaal niet bevatten wat er gebeurde en alleen maar denken als wij dit al niet kunnen bevatten hoe moet het voor zo’n klein hummeltje zijn. De wereld leek in te storten. We zijn hier voor de mensen hun gezondheid maar opeens bleek dat wij geen veiligheid konden bieden, zonder dat heb je ook niets aan gezondheidszorg. Toen was er die een dappere jonge man. Die jongen die deed wat andere niet durfde, wat wij wisten in ons hart dat moest gebeuren maar waar wij het lef niet voor hadden. Hij deed. Hij sprak niet. Op camerabeelden is enkel te zien dat hij een duim opsteekt terwijl hij het ziekenhuis met dat kleine hummeltje uitstapt. Hij zal voor veel mensen ‘gewoon’ een vader met een kind hebben geleken. Wij wisten hier boven op de afdeling allemaal dat hij niets was van dit kind maar dat hij door door die deur te stappen met haar, haar alles gaf. Hij gaf haar een leven!”.

Inmiddels stromen de tranen over mijn wangen.

Mijn meisje moest gered worden, zo klein als ze was, was ze haar leven niet zeker. Zo klein als ze was waren er mensen die het niet goed voor hadden met haar maar was ook er ook iemand die het lef had daar verandering in te brengen. Iemand die deed wat alle anderen niet durfde.

Dan komt er een andere verpleegkundige bij die vertelt hoe de biologische moeder vol trots iedereen het fotoboek van ons gezin had laten zien. Dat boek droeg ze met zich mee als een van haar weinige bezittingen. Het was haar bedoeling geweest dat boek achter te laten in het babyluik zodat haar kindje daar zou komen waar zij wou. De keuze van het babyluik leek vreemd omdat ze dan niet anoniem zou zijn, toch bleek haar keuze hiervoor later heel vanzelfsprekend en in het belang van haar kind. Had ze toen maar durven praten over wat er speelde...

Aan iedereen had ze vertelt dat wij het gezin waren waar haar dochter zou opgroeien. Alles wat ze over ons wist had ze aan iedereen op de afdeling vertelt.

Wat had ik haar graag ontmoet op dat moment maar daar was helaas geen mogelijkheid toe aangezien ze op dat moment vermist werd maar wat was het waardevol om te horen dat haar keuze voor ons zo bewust door haar gemaakt was.

Het was zo fijn te horen dat ze bijvoorbeeld verteld had dat ze het zo fijn vond dat haar dochter, haar vijfde kindje, ook mijn vijfde kindje zou zijn.

Dan komt er een arts aan die zegt dat River maar geluk heeft gehad, ik antwoord hem dat ik degene ben die geluk heeft gehad dat mij de zorg over haar is toevertrouwd. Dan lacht hij en zegt “Haar biologische moeder zei het al, jij zult de schoonheid van dit kind zien, van binnen en van buiten. Wat passen jullie perfect bij elkaar. Niet alleen het kind en jij maar ook de moeder en jij”. 

Als we daarna doorrijden om een beeld te krijgen waar de biologische moeder ongeveer moet wonen (dit is vaak op straat) zie ik voor het eerst in mijn leven hoe arm en rijk zo dichtbij elkaar kunnen leven. De bevolking is er overwegend Mexicaans en ooit moeten dit prachtige straten geweest zijn aan de gebouwen te zien maar nu het vooral armoede dat overheerst.

De dag erna krijgen we bericht dat we hoogstwaarschijnlijk de twee oudste broers van River kunnen ontmoeten, een tante en een nicht. We krijgen ook te horen dat de broertjes zelf nog niet weten dat ze geadopteerd zijn en dus ook niet weten dat River hun zusje is, hun denken dat het een nichtje is. Het is niet bekend wat de nicht weet, zij is de zus van de broers. De familie heeft er voor gekozen om de kinderen niet te vertellen wie hun biologische moeder is omdat ze nu eenmaal niet het toonbeeld van de perfecte moeder is. Ik sta daar zelf totaal anders in. Het is haar moeder en ja, ze heeft hele verkeerde keuzes gemaakt en die zijn met niets goed te praten maar wat ik wel weet is dat ze zelf een vreselijk leven heeft gehad. Een leven vol misbruik, mishandeling, 90 pleeggezinnen, op straat leven, eigenlijk heeft deze vrouw niet geleefd maar overleefd en is dat iets wat ze nog steeds doet. De drugs gebruikt ze hiervoor om dit te vergeten, het leed dat ze de hele dag voelt even te verzachten. Fout, heel fout, maar toch begrijp ik haar.

Ik zal deze vrouw altijd dankbaar zijn voor het prachtige kind dat ze in mijn leven bracht. Een kind dat in haar leven had horen te zijn.

De volgende dag staan we klaar in de mall voor de ontmoeting. Je kent het vast wel uit films, die beelden dat iemand overduidelijk zit te wachten en er niemand komt. Ik houd van op tijd komen en verwacht dat eigenlijk ook altijd van de ander maar nu had ik wel de hele dag kunnen wachten. Maar dan wordt er na een paar uur wachten met een smoesje afgebeld naar het adoptiebureau, dat ons belt om het door te geven.

Ik wist heel goed dat dit zou kunnen gebeuren maar toch voelde het als een enorme tegenvaller. Wat had ik ze graag ontmoet…

Een beveiliger die ons al die tijd al in de gaten heeft gehouden komt naar ons toe en zegt “Bij die fontein daar doen heel veel mensen een wens. Ik weet niet of het werkt maar het lijkt erop dat jij er wel eentje hebt”.

Het enige wat ik kan doen is knikken.

We lopen er heen en dan hoor ik Kyana heel zacht zeggen “Ik wens dat River heel gelukkig wordt en dat we dat haar mama een keer kunnen laten zien”.

Op dat moment moet ik toch even wat tranen wegslikken, we lopen naar de auto en dan klampt een vrouw met een kind in de kinderwagen mij aan. Ze wil geld voor luiers. Het is overduidelijk dat ze verslaafd aan drugs is. Ik wil haar geen geld geven bang dat ze dat ergens anders voor zal gebruiken maar ik wil de kinderen ook laten zien dat je altijd moet helpen als dat in je mogelijkheden ligt.

Ze druipt al af als ik de kofferbak open doe. Ik pak er een pak luiers uit en loop naar haar toe om het haar te geven.

Ze bedankt mij en zegt dan “Je bent slim, je weet hoe het werkt, jij gaat het wel redden met haar, God bless you”.

Terwijl ze wegloopt is het enige wat ik kan denken, zou ze haar biologische moeder kennen. Was dit een toevallige ontmoeting of was het helemaal niet zo toevallig dat ik haar tegenkwam.

Op de laatste dag rijden we naar de gaarkeukens van het Leger des Heils en delen daar de flesjes melk (Babymelk uit het ziekenhuis zit in kleine glazen flesjes en we hebben nog meerdere trays over) uit. Het is schokkend om te zien hoeveel gezinnen hier iedere dag in de rij staan in de hoop op een maaltijd. Het is een beeld dat de kinderen nooit zullen vergeten en waar ze het nog regelmatig over hebben.

Dan is het moment aangebroken om terug te gaan naar Nederland. Het moment dat ik haar vol trots kan gaan laten zien aan familie en vrienden maar ook het moment dat ik haar lostrek uit haar land, weg bij haar biologische familie, weg bij waar ze eigenlijk hoort als alles goed was geweest.

Maar dat is het niet, haar moeder is niet in staat om voor haar te zorgen, haar biologische familie is dat ook niet. Het is de wens van haar moeder dat ik voor dit prachtige meisje zorg en die taak zal ik zo goed mogelijk vervullen.

Het vliegtuig stijgt op, de kinderen vallen in slaap en ik denk aan alles wat er de afgelopen weken gebeurt is en hoe de toekomst er uit zal gaan zien.

We zijn er klaar voor!

We vinden het super leuk als je ons volgt op www.instagram.com/come.on.lets.do.this , www.facebook.com/comeonletsdothis en/of www.comeonletsdothis.com